Van vrouwen wordt nog steeds meer verwacht dan van mannen als het gaat om opvoeden. Ik hoor mensen wel eens zeggen tegen stiefmoeders die zélf geen kinderen hebben: je kunt zo tóch een beetje moederen..

Maar stiefmoeders bemerken al snel dat dit niet wordt gewaardeerd, noch door de kinderen, noch door de eigen moeder van de kinderen. (Waar bemoeit ze zich mee?)

 

De buitenwacht

Terwijl juist de buitenwacht (buren, scholen, tantes en ooms) vinden dat de stiefmoeder als surrogaatmoeder “lief” moet zijn (begaan met de kinderen). Maar zij heeft niet gekozen voor de kinderen, ze koos voor de vader!

 

Een verrijking

Sommige beginnende stiefmoeders lijkt het leuk om indirect toch met kinderen te mogen omgaan. Vooral als ze zelf een kinderwens hadden (of nog hebben). Het kan inderdaad een verrijking zijn, zo lang ze maar niet proberen hun stempel op de opvoeding te drukken. Ook al weten ze nóg zo goed wat belangrijk is voor de kinderen, en al hebben ze 100% gelijk, uiteindelijk zijn ze niet hun moeder.

 

Behoeften

Kinderen hebben geen behoefte aan een extra ouder (en nog minder aan extra regels) ze  hebben behoefte aan begrip, warmte, aandacht, onvoorwaardelijke liefde. En veel ouders kunnen dat slechts met moeite geven. Als het om niet-eigen kinderen gaat wordt het nóg moeilijker. Je herkent jezelf niet in stiefkinderen.

 

Speciale situaties

Natuurlijk zijn er stiefmoeders die dit wél kunnen, zeker als de kinderen nog klein zijn en de moeder niet aanwezig is (overleden of geen/nauwelijks contact). Dan wordt er nog meer  van de bonusmoeder verwacht dat zij de moederrol op zich neemt. En toch kan er zo maar een moment komen dat de kinderen zich gaan verzetten.

 

Op zoek naar de eigen identiteit

Zeker rond de puberteit, als ze op zoek zijn naar hun eigen identiteit: wie ben ik? In het verlengde daarvan ligt: wie zijn mijn ouders? Waar stam ik vanaf. En juist op die leeftijd gaat men zich afzetten tegen de autoriteit.