In samengestelde gezinnen is het een moeilijk om het evenwicht te bewaren. Veel ouders zeggen tegen hun nieuwe partner als het om hun kinderen gaat: “bemoei je er niet mee!” . En inderdaad, strikt genomen is de nieuwe partner niet de ouder van deze kinderen en hoeft hij zich niet met de opvoeding te “bemoeien”.

 

Niet gehoord worden

Maar tegelijk moet de betreffende stiefouder zich wel thuis voelen in het gezin, en ook hij of zij heeft eigen wensen, eigen behoeftes, eigen eigenaardigheden, dingen waar hij/zij gevoelig voor is en/of last van heeft. Dus als iemand zich nergens mee mag bemoeien dan kan dat leiden tot  “niet gehoord worden”. En dat “niet gehoord worden” kan weer leiden tot boosheid en soms zelfs woede-uitbarstingen of cynisme. Dit is geen van beide handig.

 

Evenwicht

Wanneer wel en wanneer niet bemoeien, zie daar maar eens een evenwicht in aan te brengen. Uiteindelijk heb je over de opvoedingszaken geen zeggenschap. De opvoeding behoort bij beide natuurlijke ouders, niet bij de stief- bonus- plusouder.

 

Middelvinger

Door heel hard te roepen “bemoei je er niet mee” krijgt de plusouder het gevoel niks te zeggen te hebben. De bonusouder krijgt het gevoel dat spreekwoordelijk de middelvinger tegen hem wordt opgestoken. En daar wordt men boos om. Ook de stiefouder verdient respect.

 

Oog om oog

En hoe vaker dit gezegd wordt, hoe minder de plusouder het gevoel heeft invloed te mogen uitoefenen, hoe bozer deze wordt. Soms zal deze zich afkeren van alle bemoeienis, waardoor er een rotsfeer ontstaat. Soms zal hij/zij cynisch worden, of volgen woede-uitbarstingen. Soms gaat de stiefouder met gelijke munt terugbetalen (oog om oog, tand om tand).

Ik las van de week een spreuk van Gandhi: als je een oog neemt voor een oog eindigt dat uiteindelijk in een wereld met blinden.