In het begin gaat het goed

Men kan goed met elkaar overweg in het Samengesteld Gezin. De stiefmoeder bemoeit zich niet met de opvoeding van de kinderen en stelt zich meelevend op naar de kinderen. De kinderen zijn ook positief over hun stiefmoeder. Zij is betrouwbaar en redelijk in haar wensen.

De kink in de kabel

Pas na jaren wordt het minder tussen stiefmoeder en de kinderen. Bijna ongemerkt stapelen ergernissen zich op. Oorspronkelijk zijn het niet eens echte ergernissen. Er wordt niet meer open gesproken over dingen.

Hoe is het zo gekomen?

Dit is niet duidelijk aanwijsbaar. De kinderen zijn aan het puberen en groeten niet altijd even uitbundig bij het binnenkomen en weggaan. Stiefmoeder heeft ook zo haar beslommeringen waardoor ook zij niet altijd even veel aandacht heeft voor de kinderen…..

Men “ziet” en “hoort” elkaar niet altijd

Alles wordt een beetje gewoon en daardoor doet men minder zijn best. Het lijkt allemaal goed te gaan totdat de bom barst. Een opmerking over bv. de moeder van de kinderen (of haar familie) wordt verkeerd geïnterpreteerd. Een andere keer zijn de kinderen onaardig (omdat ze gewoon humeurig zijn).

Aandacht

Echte aandacht voor elkaar, echt willen weten wat je stoort, wat je leuk vindt, wat je meemaakt, wat je goed doet….daar gaat het om. En dat betekent in het ene geval dat je als stiefmoeder de overlijdensdag van de natuurlijke moeder eert, dat je de andere keer als stiefvader positief over de vader van de kinderen praat en dat de kinderen beseffen dat ook stiefouders geen supermensen zijn.

Conclusie

Eigenlijk moet dus iedereen bijna een “supermens” zijn.